Wie ben je en waar krijg je energie van in je werk?
“Ik ben Wayne Modest, inhoudelijk directeur van het Wereldmuseum. Wat mij iedere dag energie geeft, is de vraag: ‘Hoe maken we dit museum echt toegankelijk voor iedereen?’ We hebben een prachtige collectie en een bijzondere geschiedenis, maar ik wil vooral de drempels wegnemen. Ik hoop dat mensen uit de buurt denken: ‘Dit is óns museum.’ Dat is niet vanzelfsprekend, maar juist díe uitdaging motiveert mij.”
Wat weten buurtbewoners misschien nog niet over het Wereldmuseum?
“Veel mensen kennen ons als een museum over de koloniale geschiedenis en wereldculturen. Maar wat minder bekend is, is dat we al sinds de jaren zestig moderne en hedendaagse kunst van over de hele wereld verzamelen, zoals bijvoorbeeld werk van Ben Ewonwu uit Nigeria. Moderne kunst wordt vaak gezien als een Westers fenomeen. Wij laten zien dat moderne kunst een wereldwijd verhaal is. Dat verwachten mensen vaak niet.”
Wat is jouw verborgen parel in de Plantage?
“Voor mij is dat de Plantage Dok. Ik neem daar gitaarles en iedere keer weer valt me op hoeveel creativiteit er op die plek samenkomt. Er zijn muzikanten, lezingen, ontmoetingen én mensen die samen eten. Het heeft een heel open en ontspannen sfeer. Voor mij laat de Plantage Dok zien wat een culturele plek ook kan zijn: een plek waar mensen elkaar ontmoeten om samen te bedenken, maar vooral ook samen te doen en te maken. Ik wil dat voor het Wereldmuseum ook. Samenwerken. Dat is misschien wel mijn favoriete Nederlandse woord. Als we als organisaties samen dingen maken bloeit niet alleen het museum op, maar de hele buurt. Daar geloof ik echt in.”
Hoe zie je die samenwerking voor je?
“Ik zou graag zien dat we veel meer samen programma’s maken. Een kunstenaar die samenwerkt met muzikanten in het museum, dans, theater… Cultuur beleef je op heel veel manieren. De Plantage heeft alles in huis om dat samen mogelijk te maken. Ik zou dat willen bundelen.”
Met welke Amsterdammer zou je graag eens koffie drinken?
“Eigenlijk niet met één persoon. Ik zou graag in onze grote hal koffie willen drinken met een groep Amsterdammers, die een ware afspiegeling zijn van de hele wijk en hen vragen: ‘Vertel ons: wat voor museum zouden jullie graag willen hebben? Ik wil dat mensen echt voelen: dit is óns museum.”
“In het najaar opent vanaf 10 oktober de tentoonstelling ‘Disco’, met een dansvloer in de tentoonstellling. Dat zou een goede manier zou zijn om meer buurtgenoten te ontmoeten, op of naast de dansvloer.”
Welke ervaring uit je leven neem je mee in je werk?
“Voordat ik naar Nederland kwam, werkte ik in een museum in Jamaica, naast een achterstandswijk waar mensen dagelijks heel andere zorgen hadden. We probeerde daar onder andere jongeren uit gevaarlijke buurten in contact te brengen met kunst, waarin zij zichzelf konden herkennen of verplaatsen. Daar leerde ik dat een museum er niet alleen is voor topstukken of tentoonstellingen, maar vooral voor de mensen die eromheen wonen. Dat is wat ik met het Wereldmuseum wil bereiken; een toegankelijke plek, waar mensen samen kunnen komen, dingen kunnen creëren en iedereen zichzelf kan herkennen.”
Wie zou jij graag terugzien in een volgende editie van Gezichten van de Plantage?
“Ik zou graag het stokje doorgeven aan Jozien Jansen van Splendor. Ik zou graag met hen een samenwerking willen aangaan. Ik wil dat je bij ons museum meer doet dan alleen naar kunst kijken. Ik wil door andere vormen van kunst -dans, muziek- een beleving creëren die alles naar een hoger niveau tilt. Mijn vraag aan hen is: ‘Hoe kunnen we samenwerken om een plek te creëren waar mensen kunst en cultuur in al haar vormen kunnen beleven?”