Wie ben je en waar krijg je energie van in je werk, of waar ben je trots op?
Ik ben David Dramm, componist en medeoprichter van Splendor. Ik kom oorspronkelijk uit Californië, maar woon inmiddels al zo’n veertig jaar in Amsterdam en heb lange tijd hier vlakbij gewoond.
Op Splendor ben ik ontzettend trots. We zijn met 55 musici, afkomstig uit allerlei landen en spelen de meest uiteenlopende muziekstijlen. Van klassiek en jazz tot opera en wereldmuziek: alles komt hier samen.
Splendor is een speelplaats en laboratorium voor onze musici. Er is geen artistiek leider die bepaalt wat er geprogrammeerd wordt. Musici kunnen hier zonder lang traject experimenteren, samen een nieuw project beginnen, iets opnemen in de studio of een concert geven. Heel veel ontstaat gewoon doordat mensen elkaar hier tegenkomen en vragen: ‘Waar ben jij mee bezig?’ Voordat je het weet, is er een nieuw idee geboren.
Wat weten buurtliefhebbers misschien nog niet over Splendor, maar zouden ze eigenlijk wel moeten weten?
Dat je hier echt een kijkje in de keuken krijgt. Er zijn bijvoorbeeld geen kleedkamers waar de musici na afloop verdwijnen. Je komt binnen en zit met de musici aan tafel. Na het concert drink je samen iets en kun je napraten over wat je net hebt gehoord.
In grote concertzalen is er vaak afstand tussen publiek en musici. Hier is die afstand er nauwelijks. Onze leden leren de musici kennen en andersom. Daardoor krijg je ook meer mee van hoe muziek wordt gemaakt en wat musici bezighoudt.
Splendor wordt bovendien voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door onze leden. We hebben er inmiddels ruim 1.200. Voor €120 per jaar kunnen zij naar 55 concerten en krijgen ze korting op andere concerten.
Wat is voor jou een verborgen parel in de Plantage?
Ik ben gek op kunst in de openbare ruimte, juist omdat iedereen ervan kan genieten. Amsterdam heeft daar veel bijzondere voorbeelden van.
Een van mijn favorieten in deze buurt is het werk van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt. Hij kreeg de opdracht om het februariplein en het koeristerplein in de Plantage van kunstwerken te voorzien. Veel mensen lopen er misschien dagelijks langs zonder te weten wie ze heeft gemaakt of welk verhaal erachter zit. Juist dat vind ik mooi aan kunst in de openbare ruimte: het hoort bij de buurt en is er voor iedereen.
Met welke bijzondere Amsterdammer uit heden of verleden zou je graag afspreken?
Afgelopen zomer heb ik de muziek geschreven voor de musical ‘Spinoza – de Mokum Musical’ in het Amsterdamse Bostheater. Ik zou heel graag met hem praten over hoe hij naar onze huidige samenleving zou kijken. Ik vind het een mooi idee dat hij hier om de hoek van Splendor is geboren.
Spinoza dacht bijna vierhonderd jaar geleden al na over vrijheid en over de rol van het individu in de samenleving. Hij durfde moeilijke vragen te stellen en veel van zijn gedachtengoed is nog steeds verrassend actueel.
We hebben sindsdien enorm veel ontwikkelingen meegemaakt, maar tegelijkertijd zijn veel van de vragen waar hij zich mee bezighield nog steeds relevant.
De vorige geinterviewde (Wayne Modest van Wereldmuseum Amsterdam) heeft een vraag voor jou: ‘Hoe kunnen we samenwerken om een plek te creëren waar mensen kunst en cultuur in al haar vormen kunnen beleven?’
Gelukkig hoef ik dat niet in mijn eentje te bedenken! We hebben bij Splendor 55 creatieve geesten die voortdurend nieuwe dingen verzinnen. Splendor is eigenlijk continu een laboratorium voor nieuwe ideeën.
Wat Splendor en Wereldmuseum volgens mij met elkaar gemeen hebben, is dat er heel veel verschillende werelden samenkomen. Niet alleen geografisch, maar ook in tijd en geschiedenis. Onder onze musici zit enorm veel kennis. De één weet alles van een bepaalde historische muziekstroming, een ander weet hoe muziek tweehonderd jaar geleden in Damascus klonk.
Splendor is daardoor niet alleen een plek voor concerten, maar ook een soort archief van kennis en ervaring. Het lijkt me heel leuk om eens met Wayne koffie te drinken en te kijken waar Wereldmuseum en Splendor elkaar kunnen vinden. Bij een tentoonstelling over een bepaald land of een bepaalde periode kan muziek bijvoorbeeld een heel andere laag toevoegen.
Wie zou jij graag terugzien in een volgende editie van Gezichten van de Plantage?
Ik zou graag het stokje doorgeven aan Hotel Arena. Ik heb daar vroeger gespeeld en herinner me nog goed hoe bijzonder de sfeer daar was. Het publiek kwam niet alleen voor de muziek, maar ook voor de plek en de sfeer eromheen.
Met Splendor hebben we eerder projecten gedaan, waarbij bezoekers van plek naar plek liepen en onderweg kleine, intieme concerten beleefden. Dat zou ik heel graag eens in Hotel Arena willen doen. Het gebouw heeft zoveel verschillende ruimtes: je zou bijvoorbeeld in de kapel kunnen beginnen, vervolgens door het hotel trekken en uiteindelijk in het restaurant eindigen.
Mijn vraag is daarom: “Zou Hotel Arena het leuk vinden om samen met Splendor een soort muzikale route door het gebouw te maken, waarbij bezoekers op onverwachte plekken kleine concerten beleven”?